.avif)
Als adviseur van bestuur en management zie ik dat de plaats van Artificiële Intelligentie (AI) binnen organisaties zich in veel gevallen nog in een verkennende fase bevindt. Hoewel de technologie breed beschikbaar is, verschilt de mate waarin AI betekenisvol wordt toegepast sterk per sector, context en organisatievolwassenheid. Organisaties bevinden zich daarmee in uiteenlopende stadia van verkenning en toepassing.
Juist deze fase maakt duidelijk dat AI organisaties niet in de eerste plaats confronteert met een technologisch vraagstuk, maar met een fundamentele organisatievraag. De aandacht richt zich daarbij zelden uitsluitend op technologische vraagstukken. Het gaat in de praktijk vaak over hoe besluiten tot stand komen, hoe verantwoordelijkheid wordt genomen, hoe werk is georganiseerd en welke rol menselijk oordeel speelt in besluitvorming. Daarmee fungeert AI niet als losstaande innovatie, maar als een spiegel die bestaande organisatie- inrichtingen onder spanning zet.
De manier waarop organisaties nu met AI omgaan, is daarmee geen eindbeeld, maar een tussenfase.
In uiteenlopende organisaties wordt zichtbaar dat de introductie van AI bestaande uitgangspunten explicieter maakt. Het gaat daarbij om uitgangspunten rond onder andere besluitvorming, eigenaarschap, vakmanschap en vertrouwen, welke normaal gesproken impliciet onderdeel zijn van hoe organisaties functioneren.
De aanwezigheid van AI maakt deze uitgangspunten niet overbodig, maar wel beter bespreekbaar en beter toetsbaar. Daarmee spelen deze uitgangspunten steeds meer een explicietere rol in afwegingen en besluitvorming.
Wanneer AI een rol krijgt in analyse, prioritering of besluitvoorbereiding, komen andere typen vraagstukken nadrukkelijker in beeld. Het gaat dan bijvoorbeeld om:
Daarmee verschuift ook de betekenis van professioneel vakmanschap in een context waarin toegang tot kennis niet langer schaars is.
Dit zijn niet louter technische vragen. Het zijn organisatievragen die raken aan de kern van hoe organisaties functioneren en worden aangestuurd.
Veel organisaties hebben de afgelopen jaren stappen gezet om hun organisatorische wendbaarheid te vergroten, onder meer door aanpassingen in structuur, verantwoordelijkheden en samenwerking. In de praktijk heeft dit geleid tot kortere besluitcycli en meer ruimte voor handelen op uitvoerend niveau.
Tegelijkertijd wordt zichtbaar dat deze initiatieven hun grenzen bereiken wanneer onvoldoende helder is hoe besluitvorming zich in de praktijk ontwikkelt, verschuift en wordt gedragen. De rol die AI inneemt in analyse en besluitvoorbereiding vergroot deze spanning, doordat keuzes vaker technologisch worden ondersteund en sneller doorwerken in de organisatie.
Dit vraagt niet om het vastleggen van besluitvorming, maar om een organisatieontwerp waarin inzichtelijk is hoe besluiten tot stand komen, hoe verantwoordelijkheid wordt genomen en hoe menselijk oordeel en technologie zich tot elkaar verhouden: op een manier die meebeweegt met context en situatie.
De structurele impact van AI wordt ook zichtbaar in hoe organisaties sourcing en de inzet van professionals en talent benaderen. Waar traditioneel vaak nog wordt gedacht in vaste rollen en functieprofielen, verschuift de aandacht steeds meer naar de bijdrage die professionals leveren binnen een dynamische en technologisch ondersteunde context.
Daarbij wordt zichtbaar dat vaste rolafbakening minder voorspelbaar wordt, senioriteit steeds minder wordt bepaald door kennis alleen, oordeelskwaliteit en contextbegrip zwaarder wegen en samenwerking tussen professionals en systemen aan belang wint.
AI maakt niet minder relevant wat professionals doen, maar scherper zichtbaar waar menselijke waarde daadwerkelijk ligt.
Veel initiatieven rondom AI richten zich op adoptie: communicatie, opleiding en het beschikbaar maken van technologie. Dat is noodzakelijk, maar onvoldoende.
De kern van de opgave ligt in het expliciteren en blijven herijken van hoe besluitvorming tot stand komt, hoe verantwoordelijkheid wordt genomen en tevens gedeeld maar ook hoe menselijk oordeel en technologische ondersteuning samenkomen.
Zonder deze explicitering ontstaan parallelle werkwijzen, informele oplossingen en een groeiende afstand tussen formele afspraken en feitelijk handelen. Op termijn kan dit, vanuit risicoperspectief bezien, zowel de effectiviteit als het vertrouwen binnen organisaties onder druk zetten.
AI verandert organisaties niet abrupt, maar wel blijvend. Niet doordat technologie het werk overneemt, maar doordat zij zichtbaar maakt hoe organisaties daadwerkelijk functioneren.
Daarmee verschuift de aandacht van technologie naar de manier waarop organisaties besluiten nemen, samenwerken en verantwoordelijkheid dragen.